Ach, China

Ik wil naar een land waar ik niet eerst mijn stoel schoon hoef te maken voordat ik erop kan zitten vanwege al het vuil dat er in één nacht op is neergedaald. Een land waar de taxi’s niet ruiken naar de knoflook die de chauffeur die ochtend geconsumeerd heeft. Waar een gesprek niet klinkt als een wedstrijdje afsnauwen, waar alles wat gemeenschappelijk aangeraakt wordt niet vet vet vet is. Waar geen tafels op scheenbeenhoogte worden gefabriceerd, waar mensen kijken voordat ze de straat over lopen, dezelfde 5 reclames niet een jaar lang de enige op tv zijn, waar sproeten mooi zijn en waar eten niet samengevat kan worden met de algemene beschrijving “prut”.

Maar in dat land zal ik niet ’s ochtend de man met zijn bakfiets vol vogelkooitjes tegenkomen op weg naar het park. Daar zullen geen vliegers tussen de wolkenkrabbers hangen. De gewaarwording van fietsen tussen de lentepluisjes in Beijing kan ik me daar moeilijk voorstellen. En het zal me spijten weer gewone letters te zien in plaats van karakters proberen te ontcijferen. Daar zal ik vast niet de enige buitenlandse vrouw zijn op een feestje van Emporio Armani. En hoe fijn het ook zal zijn om weer huidproducten aan te treffen die niet geroemd worden om hun “witmakende” kwaliteiten, het feit dat mijn melkflessen hier mooi gevonden worden zal ik niet gauw ergens anders aantreffen. Ach, China.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *